Het park van 1864 tot 1884

Hier vindt u informatie over het ontstaan van het Vondelpark.
De oprichting van de “Vereeniging tot aanleg van een Rij- en Wandelpark te Amsterdam” en de aanleggeschiedenis van het Nieuwe Park.

De financiering

Vier circulaires voor de inzameling van geld voor de aanleg van het park.

1e circulaire 12-01-1864  2e circulaire 10-01-1866

3e circulaire 20-10-1868  4e circulaire 27-01-1869

In de periode 1874-1876 besloot het bestuur om het laatste deel van het park tot aan de Amstelveenseweg aan te leggen.
Het hele park werd werd in 14 jaar aangelegd.

C. P. van Eeghen
1816-1889
Initiatiefnemer aanleg park
Rij- en Wandelpark 1865
Situatie 1865
Getekend door P. H. Witkamp
Joost van den Vondel
Geleefd van 1587 tot 1679
De naamgever van het park
Galerij
Geschiedenis 1864-1884
50-jarig Jubileum 

Zocher maakte een park buiten de Singel van Amsterdam

Inleiding
In en rondom Amsterdam werden grote projecten in uitvoering genomen in de periode dat het Rij- en Wandelpark werd aangelegd. Twee voorbeelden daarvan waren de bouw van een permanent tentoonstellingsgebouw op initiatief van Samuel Sarphati, het Paleis voor Volksvlijt. De bouw daarvan startte op 7 september 1858 en de officiele opening werd op 16 augustus 1864 verricht. Ook werd het economisch belangrijke Noordzeekanaal werd graven, 21 kilometer lang. Van het Amsterdamse IJ tot IJmuiden aan de Noordzee. Op 16 juni 1863 werd daarvoor koninklijke goedkeuring verleend aan “De Amsterdamsche Kanaal Maatschappij” om tot uitvoering over te gaan en op 1 november 1876 werd het Noordzeekanaal officieel geopend door Koning Willem III. In samenhang met de uitbreidingen van Amsterdam en de opties voor toekomstig grondgebruik, kwam ook het plan tot ontwikkeling om een “Rij- en Wandelpark” buiten de Singel aan te leggen nabij de Leidsche poort.

 

 Van idealistisch idee tot gezamenlijke aanpak
Christiaan Pieter van Eeghen (1816-1889), eigenaar van het handelshuis ‘Van Eeghen & Co’ dat was gevestigd aan de Herengracht, was de stuwende kracht achter het parkplan dat eind 1863 bij hem was ontstaan. Samen met bevriende Amsterdammers en de architect Zocher en zijn zoon, werden de kansen besproken en ontstond er een groots plan dat in korte tijd steun kreeg van invloedrijke Amsterdammers. Naar Engels voorbeeld wilden zij een openbaar toegankelijk park aanleggen zonder de hulp van de overheid en gefinancierd door particulieren voor de ingezetenen van Amsterdam met een zo breed mogelijk draagvlak en ondersteuning.

Dertig jaar eerder was een gelijksoortige poging ondernomen om een park buiten Amsterdam aan te leggen op initiatief van advocaat mr. F. A. van Hall, de latere minister van financiën en buitenlandse zaken. Hiervoor maakte zijn broer, ingenieur Van Hall, een ontwerp dat nagenoeg hetzelfde poldergebied bestreek. Er was wel medewerking en toezegging van notabelen om het plan te realiseren, maar gelijk ook veel bezwaren, zodat het bleef bij een plan.

 

 Een PARK-COMMISSIE ingesteld
De heer C. P. van Eeghen koos voor een breed gedragen aanpak en organiseerde een eerste officiële vergadering op 6 januari 1864 van de PARK-COMMISSIE, gevormd door 34 notabelen, op het Stadhuis van Amsterdam onder voorzitterschap van burgemeester mr. J. Messchert van Vollenhoven. De PARK-COMMISSIE besprak de vorming van een “vereniging” om de aanleg van een park te realiseren, diverse voorbereidende werkzaamheden zullen besproken zijn, en de tekst van de eerste circulaire die op 12 januari 1864 verspreid werd in Amsterdam. Daarin was het belang verwoord van een nieuw “Rij- en Wandelpark voor Amsterdam” in de nabijheid van het Leidsche Bosch, met daarin de geraamde kosten vermeld en de uitnodiging om een gift te schenken voor de uitvoering van het parkplan.
De circulaire van 12 januari 1864 was de eerste officiële bekendmaking van de PARK-COMMISSIE, ondertekend door de 34 notabelen, die voornemens was een park te stichten en hierbij ook giften vroeg van de ingezetenen van Amsterdam.
Er werden 4.000 circulaires verspreid.

 

 Een vereniging werd opgericht om het park te realiseren
Op 8 april 1864 werd de vereniging opgericht met de naam: “Vereeniging tot aanleg van een Rij- en Wandelpark te Amsterdam”, en de statuten daarbij vastgesteld.
Op 14 april 1864 werd de koninklijke goedkeuring verkregen en was de vereniging als rechtspersoon een feit. Zij werd statutair opgericht voor de duur van 29 jaren. Door aanpassing van de statuten is dit tweemaal met dezelfde tijdsduur verlengd tot 1951.

 

 Aanleg 1e parkdeel startte 18 mei 1864 en was in juni 1865 klaar
Het eerste deel van het ‘Rij- en Wandelpark’, van Stadhouderskade tot aan de brede Kruitwetering, in het verlengde van de Kattenlaan, was ontworpen door de tuinarchitecten Jan David Zocher jr. (1791-1870) en zijn zoon Louis Paul Zocher (1820-1915). Eind januari 1864 waren de globale plannen al op papier gezet en toegelicht aan potentionele donateurs. Naast de inbreng en financiële steun van de 34 leden van de PARK-COMMISSIE, kwam er voldoende geldelijke steun binnen van donateurs, gevraagd in de 1e circulaire van 12 januari 1864. Op 7 mei 1864 werd het aanlegcontract met de heren Zocher getekend en zij startten op 18 mei 1864 al met de uitvoering van het eerste parkdeel van ongeveer 10 bunders, gelijk aan het oppervlak van 10 hectare = 100.000 m².
Dit deel van het park werd in vrij korte tijd aangelegd. Bomen en heesters werden aangevoerd vanuit Haarlem, uit de kwekerij van de firma Zocher. Het hard maken en begrinten van circa 1.600 meter rijweg, 7 meter breed en het met sintels hard maken van 2.500 meter wandelpad, 3 meter breed, werd op 2 augustus 1864 aanbesteed en aangenomen door de firma A. W. Swets uit Hardinxveld. Daarmee kwam Wouter Egas op het terrein, eerst als onderbaas van de aannemer en later vanaf de opening van het “Nieuwe Park” als opzichter.

Placeholder image

Het Nieuwe Park werd op uitnodiging van het bestuur op 14 juni 1865 bezichtigd door de leden en donateurs van de ‘Vereeniging’, op vertoon van de gezonden toegangskaarten. Van 1 tot 3 uur des namiddags vond een muziekuitvoering plaats o.l.v. de heer Stumpff. Het concert werd afgesloten met het Volkslied en het park werd een dag later op donderdag 15 juni 1865 opengesteld voor het publiek.

 

 Aanleg parkuitbreiding tot Amstelveenseweg stagneert
Na de voltooiing van dit eerste deel werd uitleg gegeven over ontvangsten en uitgaven en vroeg het bestuur aan alle ingezetenen om haar wederom het vertrouwen te geven en een gift te schenken voor de aanleg van het andere deel, tot de Amstelveenseweg. Dit werd verwoord in een 2e circulaire van 10 januari 1866.

In januari 1868 werd vastgesteld dat er een mooie bijdrage was geschonken, maar dat het plan voor uitvoering was bijgesteld en dat er slechts een deel van 6 bunders nabij de Vondelstraat werd aangelegd ter verfraaiing van het park. De Leden en Donateurs werden met een volgende 3e circulaire van 20 October 1868 op de hoogte gesteld van de beperkte voortgang en de wens van het Bestuur om over te gaan tot voltooiing van het Park tot aan de Amstelveenseweg, waarvoor ruim 130.000 gulden nodig was.
Er kwam een aanzienlijk bedrag aan inschrijvingen binnen, maar het was slechts eenderde van het beoogde bedrag en het Bestuur kon niet overgaan tot de aanleg van het laatste parkdeel. Het vroeg de inschrijvers hun toegezegde bedragen beschikbaar te stellen met het doel dit in een fonds te laten groeien tot betere tijden. In een 4e circulaire van 27 januari 1869 werd dit uiteen gezet en de groei van het park in omvang lag stil.

Bestuurslid Josua van Eik schonk in 1869 een smeedijzeren bruggetje dat ten zuiden van de Vondelstraat een plaats kreeg. Twintig jaar heeft dit bruggetje dienst gedaan, maar vanwege de ongemakkelijke hoge boog en gebreken werd het bruggetje in 1889 vervangen door de huidige gietijzeren Iepenbrug, vervaardigd door de Zwolse ijzergieterij G. J. WISPELWEY & Co.

 

 Verkoopt grond van de park-breedte voor parkaanleg in de lengte
In 1871 werd aan het gemeentebestuur toestemming gevraagd om bouwkavels uit te geven langs het Schapenburgerpad. Met de gronduitgifte voor bebouwing ontstond een gunstige financiële situatie en die werd gebruikt voor de realisatie van het gehele parkplan. De bouwgrondkavels voor een nieuwe straat, de huidige P.C. Hooftstraat, werden verkocht tussen 1872 en 1876. Deze en andere opbrengsten werden geïnvesteerd in de aanleg van het laatste parkdeel tot aan de Amstelveenseweg, hekwerken en een nieuw Paviljoen (1878-1881).

In de Algemene Vergadering van de “Vereniging” op 29 mei 1873 werd besloten om het publiek te betrekken bij het onderhoud van het Vondelspark. Door middel van een oproep vanuit het bestuur in oktober 1873, werden de leden gevraagd dit bij vrienden uit te zetten en hen tot ruime bijdragen te overreden.

 

 Het park wordt aantrekkelijk gemaakt
Fris duinwater kon men drinken uit het “Roomse fonteintje”, schuin tegenover het Paviljoen, een ontwerp van Pierre Cuypers en een geschenk van bestuurslid C. P. van Eeghen in 1873. De drinkfontein was voorzien van de inscriptie: “Het geloof is een springbron des levens”.

In 1874 kwam de boerderij en de muziektent tot stand, beiden het ontwerp van L. P. Zocher. Toen het park in omvang was gerealiseerd werd er een nieuwe opzichterswoning (nr. 4) met stoomgemaal gebouwd (1876-1877) bij de Kattenlaan naar het ontwerp van de architect W. Hamer jr. Het park lag laag ten opzichtte van de omgeving en de grondwaterstand moest op een laag peil gehouden worden.

 

 Het laatste parkdeel werd in 1878 gerealiseerd
In de periode 1874-1876 besloot het bestuur, nu met voldoende geld in kas, het laatste deel van het park aan te leggen. In diezelfde periode ontstond het plan om het oude houten Paviljoen te vervangen door een monumentaal gebouw. De eerste plannen werden getekend door architect J. L. Springer, maar door verschillende factoren besloot het bestuur de opdracht aan architect W. Hamer jr. te verstrekken. In 1877 was het park toegankelijk vanaf de Amstelveenseweg.

Twee nieuwe bruggen worden gebouwd. In de notulen van de bestuursvergadering 25 november 1878 berichtte de voorzitter: “ingevolge machtiging van het Bestuur de architect Hamer de bouw van de beide bruggen heeft opgedragen aan de aannemers Staal & Haalmeijer voor de som van ƒ 9878,- op te leveren 10 juni 1879 en met zes maanden onderhoud.”
Het betreft de bruggen met de huidige namen: Brandbrug en Hulstbrug.
De Willemsbrug die de Emmalaan met het park verbond werd naar alle waarschijnlijkheid rond het jaar 1880 gerealiseerd.

Na 14 jaar aanlegwerk was het Vondelspark in het voorjaar 1878 in omvang en inrichting bijna voltooid. Bruggetjes, een houten paviljoen, een boerderij waar men melk verkocht en het grote standbeeld van Joost van den Vondel. In 1880 werd de naam VONDELSPARK ingekort tot VONDELPARK en in 1883 werd een nieuw monumentaal toegangshek langs de Stadhouderskade gebouwd met het grote beeld van de “Amsterdamse Stedemaagd”.

 

 Het Vondelpark gerealiseerd
Het hele park werd in 4 fasen aangelegd in een periode van 14 jaar. Samen met het nieuwe monumentale Paviljoen Vondelpark (1881) en de realisatie van het nieuwe smeedijzeren hekwerk in 1883 kan er gesproken worden van een geweldige inspanning door particulier initiatief met voorbeeldige volharding van Parkbestuur en parkmedewerkers. Ook het jaarlijks onderhoud, beheer en financiering was een niet te onderschatten opgave die tot 1954, 90 jaar lang, is vervuld.

 Wandelen in het Vondelpark
Tot circa 1900 was het park het “rij- en wandelpark” voor de beter gesitueerde bevolking van Amsterdam. Het park was openbaar toegankelijk, maar slecht geklede burgers, knechten, hondenkarren en loslopende paarden werden door de opzichters geweerd. Arbeiders uit die tijd hadden ook geen tijd of interresse hier te gaan wandelen. Na 1900 kwam daar langzamerhand verandering in, mede door de natuurlijke aantrekkingskracht van het park en het nieuwe vervoersmiddel: de fiets. De onderwijzers en biologen Eli Heimans en Jac. P. Thijsse hebben met hun boekje In het Vondelpark ook een bijzondere bijdrage geleverd aan de toegankelijkheid van het park met het doel dat meer mensen gingen genieten van de natuur en daar meer “kennissen” konden ontmoeten.

Het Parkbestuur besloot in de bestuursvergadering van 28 juni 1901 beide schrijvers, Heimans en Thijsse, van “In het Vondelpark” te eren, door hen het lidmaatschap van de “Algemene Vergadering” toe te kennen.

Feest en onthulling standbeeld Joost van den Vondel in 1867

Op 18 oktober 1867 werd het grote standbeeld van Joost van den Vondel officieel onthuld. Voorafgaand op donderdag 17 oktober om 7 uur ’s avonds, werd een GROOT CONCERT gegeven in het park, onder leiding van J. J. H. VERHULST, en met medewerking van de Zangvereeniging der MAATSCHAPPIJ van TOONKUNST (afdeeling Amsterdam), de Liedertafels en Zangvereenigingen EUTERPE, AMSTELS MANNENKOOR, OEFENING BAART KUNST, KUNST EN VRIENDSCHAP, MUSICAE ET AMICITIAE en V.K.G.

Op vrijdagochtend 18 oktober 1867 om 9:30 uur nam het eigenlijke feest een aanvangen. De genodigden en deelnemers aan de optocht verzamelden zich in de Nieuwe Kerk en de voorzitter van de feest-commissie de heer J. van Lennep hield een korte toespraak bij Vondel’s grafstede tot de aanwezigen, daarna werd de stoet gerangschikt, de kerkdeuren aan de zijde van de Dam gingen om 10:30 uur open en de stoet begon de optocht.

De route vanaf de Dam ging door de Beurssteeg, het Rokin, het Schapenplein, de Reguliersbreestraat, de Botermarkt, de Amstelstraat, de westzijde van de Amstel, de zuidzijde van de Keizersgracht, de Leidsestraat, het Leidseplein schuin over, langs de Baangracht, de Weteringspoort uit, de Buitensingel, de Vondelstraat in naar het feest-terrein in het Nieuwe Wandelpark. De stoet bestond uit een eerste Praalwagen van de Nederlandse Boekhandel, voorgesteld door de Faam, een groot, half zwevend en gedrapeerd vrouwenbeeld met vleugels. Daaropvolgend de Praalwagen der Drukpers, een overhuifde wagen met geschilderde beeltenissen van Vondel en Laurens Coster. De laatste praalwagen, waarachter de leden van de feest-commissie liepen, droeg de naam van de Poezy, met een kolossaal vrouwenbeeld.

De drie praalwagens werden getrokken door artilleriepaarden, door artilleristen bereden. De tocht verliep goed, tot aan de Amstel bij de Keizersgracht. Bij het afrijden van de vrij hoge stenen brug, waar men rechts moest afslaan, is de praalwagen van de Faam gekanteld, en het beeld in het raam van een hoekhuis gestort, waardoor het zeer beschadigd werd. Door dit oponthoud kwam de stoet niet om 12 uur aan, maar een uur later.

Op het feestterrein werd een toespraak van de heer J. van Lennep gehouden, en feestzangen uitgevoerd. Tussen deze liederen om 13:30 uur, zakte het omhulsel en stond het standbeeld bloot voor ieders ogen.

Na een feestzang trad de heer J. van Lennep nogmaals op en schetste de geschiedenis van het standbeeld en bedankte de heren Royer, Enthoven en Cuypers voor hun zo geslaagde arbeid. Na dit alles werd het gedenkteken aan de stad Amsterdam overgedragen en dit werd onder een toepasselijke rede door de burgemeester aanvaard. De dag werd besloten met een gala-voorstelling in de Grote Schouwburg: “Dramatische en Lyrische Hulde aan Vondel toegebracht”. De volgende dag werd door drie- à vierhonderd feestvrienden een tocht per stoomboot en onder muziek, vanaf de Oosterdokssluis naar het Muiderslot ondernomen, waar men de versierde zalen kon bezichtigen, naar muziek luisteren en tot slot een rondwandeling door het stadje Muiden kon maken. Terug in Amsterdam werd een feestmaal genuttigd in de schilderijzaal van het Paleis voor Volksvlijt. De dag werd met een concert-promenade in hetzelfde gebouw afgesloten, voor het publiek vrij toegankelijk.

Het Nieuwe Park kreeg de naam VONDELS-PARK en vanaf 1869 werd de schrijfwijze VONDELSPARK gebruikt door het parkbestuur. In 1880 verdween de s uit de naam en was de huidige naam VONDELPARK een feit.


Paviljoen Vondelpark en Amsterdamse Stedemaagd

Na de voltooiing van het gehele park in 1878 vonden binnen 6 jaar nog twee opmerkelijke vernieuwingen plaats; als eerste de opening van het nieuwe Paviljoen Vondelpark op 4 mei 1881. Als tweede besloot het parkbestuur in relatie tot de wereldtentoonstelling op het Museumplein 1883 hieromtrent een bijdrage te leveren voor een statig toegangshek voor het park. Bestuurslid C. Becker benaderde Alexander Linnemann (Duits architect, glasschilder en kunstenaar) die het nieuwe hek aan de Stadhouderskade heeft gemaakt, een monumentaal smeedijzeren hekwerk met daarin opgenomen een uitnodigend en groot beeld van de Amsterdamse Stedemaagd, hoog zittend, in het midden van de toegangspoort, uitgevoerd door zijn mede-kunstenaar Friedrich Schierholz.
In het najaar van 1883 werd het nieuwe hek geopend.

In 2010 is een replica van het beeld geplaatst, uitgevoerd door het restauratieatelier Ton Mooy.

 

 Oorspronkelijk beeld herplaatst bij Amsterdamse Bos
Het oorspronkelijke beeld is herplaatst op het Boeierspad bij het kruispunt met de Koenenkade (Gemeente Amstelveen), aan de rand van het Amsterdamse Bos en door vertegenwoordigers van de Gemeente Amsterdam onthuld op 27 juni 2014. Zij heeft hier de opmerkelijke titel “Stedenmaagd Amsterdamse Bos” gekregen. Ook hier zit de “Amsterdamse Stedemaagd” hoog, maar dan op een roestige stalen sokkel langs het fietspad. Zij nodigt passanten uit om richting het Amsterdamse Vondelpark te fietsen of te wandelen, met zelfs een routepijl op haar sokkel.


50-jarig Jubileumboek over de oprichters

Het bestuur van de vereniging heeft bij haar 50-jarig jubileum in 1914 een feestboekje laten maken van die periode door de schrijver Jan Feith.
In 2014 heb ik deze uitgave als digitale versie gratis beschikbaar gesteld en kan op verschillende manieren gedownload worden.
Meer informatie op de pagina Ons Gouden Vondelpark 

 

150-jarig Vondelpark

Bij de opening van het eerste parkdeel op 15 juni 1865 was het begin van het Nieuwe Park gemaakt. Deze penning is een ode aan het Vondelpark met daarop de Amsterdamse Stedemaagd, hoog zittend langs de Stadhouderskade op een bankje, onderdeel van het smeedijzeren toegangshek, waar zij het schild van Amsterdam vasthoudt en passanten met haar rechter hand uitnodigt om het Vondelpark te bezoeken.

Penning 150 jaar Vondelpark - 15 juni 2015Ontwerp en uitvoering - Hans Homburg

 

Amsterdamse Stedemaagd

© 2017 · Hans Homburg · 20-01-2017 6:48